LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
LRCN - Labrador Retriever Club Nederland
 

Home 
Vereniging  
Bibliotheek 
Nieuws 
Columns 
Links 
Kennels  
Contact 

DNA-ontwikkeling schrijdt (te) traag voort
.

Op 4 oktober 2001 schreef ik het volgende: "De gezondheid van honden is meetbaar d.m.v. DNA-testen. Momenteel kunnen er nog maar enkele erfelijke aandoeningen van honden middels deze testen worden aangetoond, maar de wetenschap schrijdt voort en over niet al te lange tijd is het mogelijk door middel van een uitstrijkje uit de wang van een pup of door bloedonderzoek vast te stellen hoe goed of slecht het met de erfelijke aandoeningen van de pup is gesteld. Deze uitslag bepaalt in hoge mate de kwaliteit van de pup en diens geschiktheid voor de voortplanting. Kortom: deze uitslag is een soort APK-keuring van de hond."   
.  
"Aan het ontwikkelen van deze DNA-testen hangt een prijskaartje. In Amerika is men al ver gevorderd, maar er is veel geld nodig om de betrouwbaarheid van de testen verder te ontwikkelen.   
De Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland heeft veel geld uitgegeven aan de ontwikkeling van een Centraal Fokbeleid, dat slechts door een klein deel van de totale kynologie in Nederland wordt gedragen en waarvan de controle op de naleving van dit Centraal Fokbeleid onbetaalbaar zal blijken te zijn, waardoor de invoering van dit beleid contra-effectief zal blijken te zijn. Weggegooid geld dus.    
Ik ben van mening dat dit geld beter kan worden geïnvesteerd in de ontwikkeling van DNA- en markertesten, in samenwerking met Amerikaanse onderzoeksinstituten als het James A. Baker Institute en de Veterinaire Faculteit van de Universiteit Utrecht. Met een betrouwbare DNA-test is het Centraal Fokbeleid namelijk overbodig.    
Terugkomend op het eerste argument: wanneer de overheid en de samenleving de verbetering van de gezondheid van honden werkelijk belangrijk vinden, moet die samenleving ook bereid zijn daar een prijs voor te betalen."   
.  
"Er zijn nog meer voordelen verbonden aan het invoeren van de DNA-test:    
1. Alvorens een hond wordt verkocht, kan de koper op basis van de DNA-test bepalen of de risico's aanvaardbaar zijn of niet. In het koopcontract verklaart de koper akkoord te gaan met deze risico's, waardoor gerechtelijke procedures over de aansprakelijkheid voor erfelijke aandoeningen achterwege kunnen blijven. M.a.w.: de koper wordt mede-verantwoordelijk.   
2. Slechte honden zullen niet meer (of in steeds mindere mate) worden verkocht, waardoor de goede fokkers zichzelf zullen profileren en de slechte fokkers zichzelf uit de markt prijzen, zonder enige regelgeving of ingrijpen van de Raad van Beheer, de rasverenigingen of de overheid. Laat het marktmechanisme zijn werk maar doen. Flauwekulmaatregelen als het invoeren van "stambomen met een gouden randje" kunnen achterwege blijven.   
3. Als gevolg van het genoemde in punt 2 zullen de bonafide fokkers met slechte honden de behoefte hebben aan begeleiding en advies, uiteraard op vrijwillige basis. Deze fokkers zijn gemotiveerd om (met) goede honden te fokken. Hier is een taak weggelegd voor de Raad van Beheer, het toekomstige begeleidend en adviserend orgaan van de kynologie.    
4. Als gevolg van het genoemde in punt 2 zullen de rasverenigingen weer gezellige ontmoetingsplaatsen worden van mensen die het beste met hun ras voorhebben en hun collega's met raad en daad willen ondersteunen, uiteraard op basis van vrijwilligheid."   
. 
We zijn nu bijna negen jaar verder. De Raad van Beheer heeft inmiddels het DNA-profiel geïntroduceerd, maar de DNA technologie wordt nog steeds niet gebruikt ten behoeve van gezondheidsonderzoeken, alhoewel dit al heel lang tot de mogelijkheden behoort. In plaats daarvan stelt de Raad zich op het standpunt dat de DNA technologie "voorlopig" wordt gebruikt als beheersmiddel, om te controleren of pups ook echt zijn verwekt door de dekreu die de fokker heeft opgegeven. Niet dat ik tegen zo'n controlemiddel ben, maar er had al jaren zoveel meer met de DNA-technologie gedaan kunnen worden, ten behoeve van de gezondheid van rashonden. De Raad zou zich meer moeten opstellen als belangenbehartiger van fokkers dan als politie-agent. Hoe lang moeten we wachten alvorens de bestaande DNA-technologie wordt aangewend voor erfelijkheidsonderzoek en gezondheidsonderzoek? Nog eens negen jaar?  
.  
Jaap van der Wijk 
. 
. 
Post Scriptum:  
In 2007 verscheen een rapport geschreven in opdracht van het Ministerie van Landbouw, met de titel "Welzijn van gezelschapsdieren - Onderzoeksprogramma" 
Enkele citaten uit dit rapport:  
. 
"Erfelijke ziekten vormen bij rashonden onbetwist veruit het grootste welzijnsprobleem, vanwege de daaruit voortvloeiende vaak chronische/levenslange ziekte of dysfunctie. Zonder DNA diagnostiek is het onmogelijk deze problemen effectief terug te dringen. Met DNA diagnostiek kan in één generatie het probleem vrijwel volledig worden teruggedrongen, zonder dat daarbij dieren voor de fokkerij worden uitgesloten die belangrijk zijn vanwege hun kenmerken. Het is ondoenlijk voor honderden individuele erfelijke aandoeningen afzonderlijk beleid te ontwikkelen, maar sinds kort is de volledige DNA volgorde van het hondengenoom publiekelijk beschikbaar, en zijn daarop gebaseerd instrumenten ontwikkeld waarmee genen die erfelijke ziekten veroorzaken snel kunnen worden opgespoord. De beperking ligt niet meer in de DNA technologie, die voor iedere erfelijke ziekte volgens een vast en routinematig stramien kan worden toegepast. De DNA technologie was tot voor kort grotendeels handwerk en nam voor één ziekte jaren in beslag; dat is nu gereduceerd tot enkele weken per ziekte. Het is in de toekomst de beschikbaarheid van DNA van dieren uit een populatie met een erfelijk probleem, dat beperkend is. Als nu onderzoek naar een erfelijk probleem wordt gestart, moet veel tijd, geld en energie worden gestoken in het opsporen van de relevante dieren, en het verzamelen van bloed voor DNA isolatie. Inmiddels overleden dieren zijn daarbij  
verloren, wat soms een ernstige beperking vormt. Een prospectief op te zetten DNA databank waarin van een overgrote meerderheid van de rashonden in Nederland DNA is opgeslagen, maakt de inzet van DNA technologie in de toekomst zeer snel en kosten3effectief mogelijk. Het bestuur van de Raad van Beheer op  
Kynologisch Gebied heeft volledige samenwerking aan dit project toegezegd; ook met een aantal belangrijke rasverenigingen is positief overleg gevoerd. In een later stadium kunnen hierbij ook honden uit andere bron worden betrokken, zoals die van de Vereniging Beroepsmatige Kennelhouders e.a."  
.  
"Doel van het Onderzoek:  
Het opzetten van en aantonen van de werkzaamheid van een systeem van DNA opslag van vrijwel alle nieuwgeboren Labrador retrievers en Cairn terriers, die een goede representatie vormen van alle rashondenpopulaties in Nederland. De Labrador retrievers vormen al geruime tijd het ras met grootste aantal registraties. Samen met de Cairn terriers is ongeveer 10% van de rashondenpopulatie vertegenwoordigd. Dit onderzoek moet aantonen dat de infrastructuur voor een DNA bank voor rashonden haalbaar is en dat deze kan worden gekoppeld aan een database voor stamboomregistratie, en dat daarmee voor een erfelijke ziekte een koppeling aan een chromosomaal gebied kan worden gevonden, leidend tot een DNA test. Door selectie van fokhonden met behulp van de test zullen fokkers de incidentie van de ziekte omlaag kunnen brengen."  
.  
(N.B.: Columns worden geplaatst onder verantwoordelijkheid van de columnist. Het feit dat het bestuur van de LRCN zijn columnist(en) steunt, hoeft niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat het bestuur de inhoud van elke column onderschrijft.)  

.