![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Home
|
Jarenlang heeft de Raad van Beheer het Nederlands publiek doen laten geloven dat de Raad het "officiële orgaan" en het "leidinggevend lichaam" van de Nederlandse kynologie was, en dat de Raad als zodanig door de Nederlandse overheid werd geaccepteerd. In zijn brief van 30 oktober 2000 met kenmerk DL.2000/4010 en ondertekend door de minister van LNV, mr L.J. Brinkhorst zélf, merkt deze echter het volgende op: "Als Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij ben ik verantwoordelijk voor de waarborg van de gezondheid en het welzijn van dieren en niet voor de erkenning van rassen. (...). De Raad van Beheer is een particuliere organisatie die zelf verantwoordelijk is voor de erkenning van rasverenigingen of verenigingen op kynologisch gebied en voor de voorwaarden die zij daarbij hanteert. LNV heeft hiermee geen formele relatie. Er is geen sprake van een door mijn ministerie gecreëerde of gesanctioneerde monopoliepositie van de Raad van Beheer." Verder in een LNV-brief van 5 januari 2001 met kenmerk DL.2000/5182, waarin de minister antwoord geeft op mijn vragen: "Ik wil hierbij onderstrepen dat LNV geen formele relatie heeft met de Raad van Beheer. Uw vraag luidde of op het verzoek van de RvB, om door het ministerie te worden erkend als formeel houder van het stamboek, is besloten. Mijn antwoord is dat dit niet in mijn huidige beleid past. Een formele erkenning zou daarnaast mijns inziens een monopolisering in de hand kunnen werken." "Bij vraag 4 memoreerde u een citaat over de RvB. Uw interpretatie was, kort en bondig, dat ik de verantwoordelijkheden inzake de Nederlandse kynologie heb gegeven aan de RvB. U vroeg zich af of uw interpretatie ervan juist was. Mijn antwoord luidt dat uw interpretatie onjuist is. De RvB is één van de organisaties met wie het ministerie met bepaalde regelmaat overleg voert. De Raad van Beheer heeft nogmaals geen formele relatie met LNV. U vraagt zich af of LNV publieke subsidiegelden heeft toegewezen aan de RvB. Ik kan u hierop antwoorden dat verlenging van subsidiegelden momenteel niet aan de orde is." . Eén en ander, met name de door minister Brinkhorst gevreesde monopolisering, inspireerde mij om in juli 2002 een klacht tegen de Raad van Beheer te deponeren bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (Nma). Daarmee was de eerste stap gezet naar het afbreken van de muur tussen de zogenaamde "georganiseerde" kynologie en de "ongeorganiseerde" kynologie. Er moest nog heel wat werk worden verricht voordat die stap resultaat op zou leveren. . Op de Buitengewone Algemene Ledenvergadering van zaterdag 31 oktober 2009 besloten de leden van de Raad van Beheer met 56 stemmen vóór en 53 stemmen tegen dat de Raad zich moest neerleggen bij de uitspraak van de NMa, die er o.a. op neerkomt dat de Raad meerdere rasverenigingen per ras moet toelaten. De muur tussen de "georganiseerde" en de "ongeorganiseerde" kynologie was daarmee voorgoed gevallen. . Nu, ruim een week later, likken wij onze wonden en de vraag luidt: hoe nu verder? Vanaf de oprichting in 1901 tot en met 1999 is de Raad van Beheer geen vereniging geweest en ontbrak elke vorm van democratische besluitvorming. Met veel pijn en moeite hebben wij de leden van de Raad moeten uitleggen hoe de democratische besluitvorming in een vereniging werkt en dat men - met de wet in de hand - niet aan die democratische besluitvorming kan ontkomen. Nu de leden van de Raad zo'n tien jaar aan de democratische besluitvorming hebben kunnen wennen binnen hun eigen "georganiseerde" kynologie (lees: de zelfbenoemde gevestigde orde), is er thans een nieuw probleem ontstaan: hoe gaat men om met de zogenaamde "dissidenten", met de verenigingen en personen die men zo lang met succes buiten die zelfbenoemde gevestigde orde heeft kunnen houden? En hoe komt het dat de leden van de Raad, ondanks de democratische besluitvorming die hen tien jaar lang werd geboden, nimmer van die mogelijkheid gebruik hebben gemaakt om de deur voor de "alternatieve" verenigingen te openen? . De muur is gevallen, maar de meningen zijn uitermate verdeeld. De "alternatieve" verenigingen, zij die zo lang buiten de deur zijn gehouden, staan te juichen, maar velen uit de zelfbenoemde gevestigde orde zien de toetreding van de nieuwe verenigingen als een nederlaag en een regelrechte bedreiging. De toekomst zal ons leren hoe de samenwerking tussen de nieuwe verenigingen en de zelfbenoemde gevestigde orde zal verlopen, hoe welkom de nieuwe verenigingen zijn en in welke mate zij op medewerking kunnen rekenen van zowel het bestuur, het personeel als de leden van de Raad van Beheer. . Ik zou graag willen zeggen dat ik er het volste vertrouwen in heb, maar dat kan ik niet. Eén van de redenen daarvoor is dat de Raad van Beheer nog steeds een zogenaamd "Tuchtcollege" heeft dat niet beantwoordt aan de wettelijke voorschriften en niet onafhankelijk van de Raad is. Ik verwacht dat er nog veel strijd zal moeten worden geleverd alvorens de nieuwe verenigingen zich thuis kunnen voelen binnen de Raad van Beheer. En mocht het allemaal meevallen dan drink ik er te zijner tijd graag een goed glas champagne op. . Jaap van der Wijk . (N.B.: Columns worden geplaatst onder verantwoordelijkheid van de columnist. Het feit dat het bestuur van de LRCN zijn columnist(en) steunt, hoeft niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat het bestuur de inhoud van elke column onderschrijft.) |